Nieuwsflits

Geen enkele vraag is gevaarlijk, sommige antwoorden zijn dat wel!

geplaatst op: 20-01-2014
Professor Haring is bijzonder hoogleraar aan de universiteit van Leiden, een wetenschapper, maar ‘zeg alsjeblieft Bas en je’ vroeg hij aan het begin van zijn lezing. Hij maakte direct duidelijk dat hij niet neerkijkt op populair wetenschappelijke programma’s als Proefkonijnen van BNN. Sterker nog: hij heeft zich daaraan verbonden door in het panel plaats te nemen. En dat was eigenlijk de kern van de tweede Nassau Academielezing: hoogstaande wetenschap en populaire benaderingen sluiten elkaar niet uit, ze vullen elkaar juist aan.
Over het programma ‘Proefkonijnen’ en met name de vragen die de programmamakers stellen heeft Bas Haring een boek geschreven, dat op de dag van de Nassaulezing naar de pers is gegaan.

‘Vragen stellen’ werd ook het onderwerp van zijn verhaal. Hij focuste op het belang van een nieuwsgierige levenshouding en op ongeloof. Elk ongeloof is volgens hem een opmaat tot een onderzoeksvraag. Hoe dichter een vraag ligt bij de emotie, hoe interessanter een onderzoek kan worden. Houden kinderen wel van de Kerstman? Waarom is babygehuil rot? Hoe smaakt mensenvlees? Heeft Willem-Alexander ook last van aambeien? Zijn Bredanaars dommer dan de gemiddelde Nederlander?

Vragen mogen rottig zijn,want rottige vragen maken onderwerpen bespreekbaar.
Hoewel een vraag nooit gevaarlijk kan zijn, zijn onderzoeken of antwoorden dat volgens Haring soms wel. Hij kreeg de lachers op zijn hand met het voorbeeld ‘Hoe lang kun je in leven blijven op louter pindakaas?’. Een bijbehorend onderzoek zou onherroepelijk tot de dood leiden en moet om die reden niet uitgevoerd worden. Ook is het denkbaar dat sommige antwoorden gevaarlijk zijn. Een vraag als ‘Waarom schieten we zwervers niet dood?’ heeft die mogelijkheid in zich. Dus elke vraag mag, maar niet elk onderzoek en gevaarlijke antwoorden kun je beter voor je houden.

Al was een enkeling specifiek gekomen voor de beloofde onderwerpen ‘Plastic panda’s en pestende pubers’, de meerderheid wilde gewoon Bas Haring horen. Dat hij zichzelf wat herhaalde is hem vergeven, want hij moest een breed publiek bedienen. Het was ronduit verfrissend hoe toegankelijk hij zichzelf en de wetenschap presenteerde en hoe hij de gewone menselijke nieuwsgierigheid waardeert als uitgangspunt voor goed wetenschappelijk onderzoek.

Foto's: Ab Holthuis

Extra foto's