Nieuwsflits

Een eenmansactie van Maryam

geplaatst op: 10-04-2014
Als je op dinsdagmiddag of woensdag de school binnengaat, dan word je gezien door Maryam Kurdi. Ze zit in H5d en heeft dan vrij, maar sinds vijf weken heeft zij die twee dagen tot half vijf een vaste plek in de aula van De Nassau. Een paar felle ogen houden precies in de gaten wie er met spullen voor haar kaomen.

Maryam is de jongste van het gezin Kurdi. De Kurdi’s komen uit Syrië waar de oudste kinderen zijn geboren. Omdat Maryams vader als Soenniet zijn godsdienst niet kon beleven en zich in het algemeen uitsprak tegen de ongelijkheid en de onvrijheid die er was onder de familie Assad , is het gezin gevlucht naar Dubai. Daar zijn de andere kinderen geboren. Toen ook Dubai niet meer een veilige plek leek, zijn de ouders met een groot deel van de jongsten naar Nederland getrokken.

Maryam was drie toen ze in een asielzoekerscentrum in Eindhoven aankwam. Van daar gingen ze naar een asielzoekerscentrum in Dorst en toen haar vader als politiek vluchteling geaccepteerd was, verhuisde de familie naar Breda. De Nassau mocht zich gelukkig prijzen, want de ene na de andere Kurdi meldde zich als leerling op onze school, Na zes broers volgde Maryam als laatste.

Het maakt indruk hoe alle gezinsleden de mogelijkheden die onze samenleving hun heeft geboden, heeft opgepakt. Daarbij is er steeds de betrokkenheid met hun eigen Syrië, die sinds de burgeroorlog trieste kanten heeft. Broer Ayman, die apotheker wordt, is met zijn vader in de vluchtelingenkampen bij de grens Turkije-Syrië gaan helpen in ziekenhuizen.

Ook Maryam wil wat doen. Ze heeft de samenwerking gezocht met SUA, stichting Union Alyasamin, en wil humanitaire steun bieden aan iedereen die lijdt onder de burgeroorlog. In Syrië zijn veel mensen naar steden aan de grens gevlucht, waarbij ze hun bezittingen hebben achtergelaten. Ze kunnen alles gebruiken: kleding, schoenen, verzorgingsproducten en eten.

En daarom vind je Maryam in haar vrije tijd aan een tafel in de aula met zicht op de hoofdingang. Ze ontvangt allerlei spullen, sorteert ze en slaat ze op in ‘haar’ loods. Ze vindt het fijn dat zoveel leerlingen, leraren en mensen van het niet-onderwijzend personeel haar van alles brengen. Soms krijgt ze zelfs nieuwe spullen, laatst een groot aantal pakketten met in elk pakket maandverband, paracetamol en nieuw ondergoed.

In de gesprekken die ontstaan, kan ze uitleggen wat voor haar de strijd in Syrië betekent. Dat is voor haar een even belangrijk doel geworden als het inzamelen van de goederen.