Nieuwsflits

Een woordkunstenaar over kunst

geplaatst op: 17-04-2014
Joost Zwagerman over de religieuze verstilling van Van Eyck tot Nan Goldin

“Ik had eigenlijk kunstenaar willen zijn, maar als schrijver kan ik heel dichtbij komen, ” bekende Joost Zwagerman zijn gehoor op De Nassau afgelopen donderdag. Daar hield hij een lezing voor leerlingen, docenten en andere belangstellenden. Traditiegetrouw staat De Nassau op Witte Donderdag stil bij uitingen van religieuze inspiratie. Dit jaar onder de titel “De kunst van het geloven en ongelofelijke kunst”.

Marc Feringa, docent levensbeschouwing en filosofie, haalde Joost Zwagerman naar zijn school omdat het moeilijk is, maar de moeite waard blijft de schoonheid van het geloof te laten zien. De boeken van Zwagerman en zijn verhalen bij De Wereld Draait Door over kunst bezorgen hem inzicht en geluk: je begrijpt je eigen keuzes beter. Deze ervaring wilde hij in De Nassau met een groter publiek delen.

Zwagerman die opgewekt erkende dat zijn publiek sinds de jaren dat hij lezingen gaf voor scholieren over zijn romans Vals Licht en De Buitenvrouw met hem was meegegegroeid, startte met een werk uit de zeventiende eeuw, van Francisco de Zurbarán, dat Paus Urbanus en een ingetogen Kartuizer monnik toont, het stilst denkbare schilderij. Een schilderij dat ook het raadsel van het licht in zich draagt. Dat bijzondere licht is nog meer aanwezig in Vermeers schilderij van een brieflezend meisje. God kan voor mensen schuilen in de stilte en in de aandacht voor de dingen. Het derde meesterwerk Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw door Jan van Eyck, een werk vol symboliek, getuigt ook van sereniteit: het liefdesgeluk ligt in subliem zwijgen.

Na een sprong in de tijd via Whistlers Ochtenduur op de Thames, met de stilte van de stad Londen, kwam Zwagerman bij een werk van Mark Rothko, één van de kolossale Seagram Murals. Zwagerman doceerde gepassioneerd over het idealisme, de techniek en de mystiek van deze schilder, van wie het werk volgens Henk van Os moeilijker na te schilderen is dan Rembrandts Nachtwacht. Rothko was een even hartstochtelijk als miskend schilder als Van Gogh, die net als de laatste zelfmoord pleegde. Het bijzondere van Rothko is dat hij in zijn abstracte kunst niet alleen de religie wilde overstijgen, maar ook religies trachtte te verbinden. Hier ervoer het publiek het ongelofelijke van de kunst en de kunst van het geloof.

Hierna was er bij Gerhard Richter een ode aan Vermeer en Rothko in het werk Lesende. God is volgens Richter niet in een ideologie of geloof te vinden, maar wel in de natuur en zelfs in de ultieme leegte. Zwagerman eindigde de reeks met een tweetal werken van Nan Goldin, een fotografe die drugsverslaafden en travestieten fotografeerde en zelf een wereld van verslaving overleefde. Het laatste werk was weer een ode aan het licht van Vermeer en toonde religieuze verstilling na een wederopstanding.

Joost Zwagerman beantwoordde tot slot nog een aantal vragen uit het publiek, waarvan de opvallendste was of hij ook bij Van Eyck de gelijkenis met president Poetin had opgemerkt. Daarmee was het gehoor weer terug in de alledaagse werkelijkheid die het dankzij deze ode aan de kunst had kunnen ontstijgen.

Foto's: Ab Holthuis

Extra foto's